Pagina 1 van 1

06. Risicofactoren voor PTSS en CPTSS

Geplaatst: wo 08 juli 2026 14:16:23
door PTSSAdmin
Op deze informatie kunt u hier niet reageren.

Niet iedereen die een traumatische gebeurtenis meemaakt ontwikkelt PTSS of CPTSS. Veel mensen ervaren na een ingrijpende gebeurtenis tijdelijk stressklachten, maar herstellen na verloop van tijd zonder blijvende psychische gevolgen. Waarom de ene persoon wel PTSS of CPTSS ontwikkelt en de andere niet, is niet altijd eenvoudig te verklaren. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat verschillende factoren de kans op het ontstaan van traumaklachten kunnen vergroten. Deze worden risicofactoren genoemd. Het hebben van één of meerdere risicofactoren betekent niet dat iemand automatisch PTSS of CPTSS krijgt. Het vergroot alleen de kans dat traumatische ervaringen moeilijker verwerkt worden.

Wat zijn risicofactoren?
Een risicofactor is een eigenschap, omstandigheid of gebeurtenis die de kans vergroot op het ontwikkelen van PTSS of CPTSS na een traumatische ervaring. Vaak gaat het niet om één enkele factor, maar om een combinatie van omstandigheden. Daarom kunnen twee mensen dezelfde gebeurtenis meemaken en toch heel verschillend reageren.

Risicofactoren die samenhangen met het trauma
De aard van het trauma speelt een belangrijke rol. Over het algemeen neemt de kans op PTSS of CPTSS toe wanneer het trauma ernstiger is, langer duurt of zich herhaaldelijk voordoet. Voorbeelden van traumatische ervaringen met een verhoogd risico zijn:
  • seksueel misbruik;
  • huiselijk geweld;
  • langdurige emotionele mishandeling;
  • lichamelijke mishandeling;
  • ernstige verwaarlozing;
  • oorlog en marteling;
  • mensenhandel of gevangenschap;
  • langdurige pesterijen of intimidatie;
  • levensbedreigende situaties;
  • traumatische ervaringen tijdens de jeugd.
Vooral wanneer iemand zich niet aan de situatie kan onttrekken of langdurig afhankelijk is van de pleger, neemt de kans op complexe traumaklachten toe.

Persoonlijke risicofactoren
Ook persoonlijke omstandigheden kunnen invloed hebben op de verwerking van een trauma. Voorbeelden zijn:
  • eerder meegemaakte traumatische ervaringen;
  • psychische klachten vóór het trauma;
  • langdurige stress of overbelasting;
  • lichamelijke gezondheidsproblemen;
  • weinig gevoel van veiligheid tijdens of na het trauma.
Deze factoren betekenen niet dat iemand minder sterk of minder veerkrachtig is. Ze kunnen er wel voor zorgen dat het verwerken van een trauma moeilijker verloopt.

Risicofactoren in de omgeving
De omgeving waarin iemand leeft kan eveneens invloed hebben op het ontstaan van PTSS of CPTSS. Factoren die het risico kunnen vergroten zijn onder andere:
  • gebrek aan steun van familie of vrienden;
  • onbegrip of ongeloof vanuit de omgeving;
  • voortdurende onveiligheid;
  • financiële problemen;
  • verlies van werk of woning;
  • langdurige juridische procedures;
  • herhaalde confrontatie met de traumatische gebeurtenis.
Wanneer iemand zich na een trauma niet veilig voelt of onvoldoende steun ervaart, kan herstel moeilijker verlopen.

Waarom krijgt de één wel PTSS of CPTSS en de ander niet?
Dit is één van de meest gestelde vragen over trauma. Ondanks jarenlang wetenschappelijk onderzoek is hier geen eenvoudig antwoord op. Het ontstaan van PTSS of CPTSS wordt bepaald door een samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren. De ernst van het trauma alleen bepaalt dus niet of iemand PTSS of CPTSS ontwikkelt. Ook de persoonlijke omstandigheden, eerdere ervaringen en de situatie na het trauma spelen een belangrijke rol. Daarom kunnen twee mensen dezelfde gebeurtenis meemaken en toch heel verschillend reageren.

Veelvoorkomende misverstanden
- "Alleen zwakke mensen krijgen PTSS."
Dit is onjuist. PTSS en CPTSS kunnen iedereen overkomen. Het ontwikkelen van traumaklachten zegt niets over iemands karakter, persoonlijkheid of wilskracht.
- "Na een ernstig trauma krijgt iedereen PTSS."
Ook dit klopt niet. Veel mensen herstellen zonder langdurige psychische klachten. Anderen ontwikkelen juist na een minder ingrijpende gebeurtenis wel PTSS of CPTSS.
- "Als je sterk bent, kom je er vanzelf overheen."
Herstel verloopt bij iedereen anders. Sommige mensen herstellen zonder professionele hulp, terwijl anderen behandeling nodig hebben. Dat zegt niets over de ernst van het trauma of over iemands veerkracht.

Samenvatting
Het ontwikkelen van PTSS of CPTSS hangt af van een combinatie van verschillende risicofactoren. De aard en duur van het trauma, persoonlijke omstandigheden en de omgeving kunnen allemaal invloed hebben op de manier waarop iemand een traumatische ervaring verwerkt.Het hebben van risicofactoren betekent niet dat iemand automatisch PTSS of CPTSS krijgt. Evenmin betekent het ontbreken ervan dat iemand geen traumaklachten kan ontwikkelen.Iedereen reageert anders op een traumatische gebeurtenis. Daarom is het belangrijk klachten serieus te nemen en, wanneer nodig, tijdig professionele hulp te zoeken.BronnenDit artikel is gebaseerd op:
  • ICD-11 (International Classification of Diseases) – Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)
  • DSM-5-TR (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) – American Psychiatric Association (APA)
  • Nederlandse multidisciplinaire richtlijnen voor trauma- en stressorgerelateerde stoornissen
  • Internationale wetenschappelijke literatuur over risicofactoren voor PTSS en CPTSS