04. Diagnose
Geplaatst: zo 07 juni 2026 14:39:33
Op deze informatie kunt u hier niet reageren.
Om een juiste diagnose te krijgen, ga je eerst naar de huisarts of de praktijkondersteuner (POH-GGZ). Het is belangrijk om tijdens dit gesprek alle klachten te noemen die je ervaart. Heb je last van concentratie- of geheugenproblemen? Schrijf je klachten dan vooraf op. Het kan bij een bezoek aan de huisarts ook heel fijn zijn om iemand mee te nemen die je vertrouwt; twee horen en zien immers meer dan één. Indien de huisarts vermoedt dat er sprake is van PTSS of CPTSS, zal deze een gerichte verwijzing uitschrijven naar een officiële regiebehandelaar, zoals een GZ-psycholoog, Klinisch Psycholoog of Psychiater.
In tegenstelling tot veel andere ziektes is PTSS/CPTSS vaak niet (direct) zichtbaar aan de buitenkant zoals bij bijvoorbeeld een gebroken arm of een open wond. Dat maakt het ook voor bijvoorbeeld de huisarts lastig om PTSS/CPTSS direct te vermoeden. De diagnose van PTSS is ook niet altijd gemakkelijk te stellen omdat niet alle klachten ontstaan en ook niet direct en/of tegelijkertijd. Daarnaast kunnen diverse klachten ook bij andere diagnoses horen zoals bij burn-out en depressie, en zijn daarom soms niet direct te herleiden naar het trauma. Soms lopen er meerdere trauma's door elkaar bijvoorbeeld vroegkinderlijk misbruik en het opgroeien met een narcistische ouder. In dat geval kunnen diverse symptomen horen bij CPTSS maar ook bij narcisme. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij de diagnostiek: de heftige overlevingsreacties van CPTSS (zoals diep wantrouwen, een sterke behoefte aan controle of emotionele muren) kunnen aan de buitenkant door een behandelaar soms ten onrechte verward worden met kenmerken van narcisme of een andere persoonlijkheidsstoornis. Een juiste diagnose is daarom essentieel om te zien dat dit gedrag voortkomt uit trauma en overleving, en niet uit een persoonlijkheidsstoornis.
Door deze onduidelijkheid wordt er vaak door de huisarts voor gekozen om eerst naar andere, vooral lichamelijke, oorzaken te zoeken. Die zijn vaak concreter en ook eenvoudiger te onderzoeken dus ook uit te sluiten. Pas wanneer deze onderzoeken niets opleveren wordt er gekeken naar mogelijke psychische oorzaken.
Bij veel slachtoffers komt de PTSS/CPTSS pas na maanden en zelfs tot vele jaren na de traumatische gebeurtenis(sen) volledig tot uiting. Omdat veel PTSS-klachten ook voorkomen bij bijvoorbeeld een "burn-out" kan dat leiden tot de onjuiste diagnose en wordt PTSS niet herkend. Door de misdiagnose kan het zijn dat iemand onnodig lang onbehandeld blijft voor PTSS/CPTSS. Daarmee verliest men soms jaren, kunnen de klachten chronisch worden, kan men arbeidsongeschikt raken en wordt de situatie groter en complexer.
Wie stelt de diagnose?
Voor het stellen van een officiële diagnose is het van groot belang dat er grondig wordt gekeken naar de voorgeschiedenis van de patiënt. Een 'gewone' basispsycholoog mag deze diagnose in Nederland niet zelfstandig vaststellen. Bij een vermoeden van PTSS of CPTSS wordt door middel van uitgebreide gesprekken en diagnostisch onderzoek bepaald of er sprake is van dit ziektebeeld. Dit mag uitsluitend worden gedaan door een officieel geregistreerde regiebehandelaar met een BIG-registratie, zoals een GZ-psycholoog, Klinisch Psycholoog of Psychiater.
Dit diagnostische traject valt voor een slachtoffer vaak niet mee. Praten over de traumatische gebeurtenis(sen) is vaak uiterst pijnlijk, en bovendien weet men zelf ook niet altijd welke klachten precies bij het ziektebeeld horen om dit goed aan te kunnen geven. Soms voelt een slachtoffer zich schuldig en/of schaamt zich diep, wat een normale maar pijnlijke drempel kan zijn om te praten. Dat is bijvoorbeeld vaak het geval bij misbruik en mishandeling, zeker als er familieleden bij betrokken zijn (zoals vader, moeder of broers/zussen). Soms zijn oudere trauma's zelfs zo diep weggestopt (verdrongen) dat ze pas vele jaren later weer als herinnering naar boven komen.
Hoe verloopt het onderzoek?
Op een systematische manier wordt met gevalideerde, wetenschappelijke interviews en vragenlijsten bepaald of de symptomen passen bij het ziektebeeld van PTSS of CPTSS. PTSS/CPTSS is niet vast te leggen met een hersenscan, maar neurologisch onderzoek heeft wel uitgewezen dat de mate van herstel kan worden voorspeld op basis van bepaalde hersenstructuren en hersenactiviteit.
Voor een slachtoffer is dit hele traject erg belastend. Dat komt enerzijds vanwege de intense aard van de klachten zelf, maar ook omdat de zoektocht naar de juiste gespecialiseerde behandeling en de juiste hulpverlener veel tijd kost en onzekerheid geeft. Daarnaast spelen de huidige wachtlijsten binnen de (trauma)zorg een grote rol; sommige slachtoffers moeten helaas ook na het krijgen van de officiële diagnose nog lang wachten voordat de daadwerkelijke behandeling kan starten.
Nadat de officiële diagnose is vastgesteld, stelt de regiebehandelaar in nauw overleg met het slachtoffer een persoonlijk behandelplan op. Voor de behandeling van PTSS en CPTSS bestaan er verschillende therapieën die door iedereen anders worden ervaren. Ieder mens is uniek en elk trauma is anders; een therapie die voor de één heel goed werkt, hoeft voor een ander niet de juiste oplossing te zijn. Het kan voor een slachtoffer dus een zoektocht zijn naar wat op dat moment het meest helpend is. Ook dat is, naast de wachttijden, erg belastend voor een slachtoffer.
Om een juiste diagnose te krijgen, ga je eerst naar de huisarts of de praktijkondersteuner (POH-GGZ). Het is belangrijk om tijdens dit gesprek alle klachten te noemen die je ervaart. Heb je last van concentratie- of geheugenproblemen? Schrijf je klachten dan vooraf op. Het kan bij een bezoek aan de huisarts ook heel fijn zijn om iemand mee te nemen die je vertrouwt; twee horen en zien immers meer dan één. Indien de huisarts vermoedt dat er sprake is van PTSS of CPTSS, zal deze een gerichte verwijzing uitschrijven naar een officiële regiebehandelaar, zoals een GZ-psycholoog, Klinisch Psycholoog of Psychiater.
In tegenstelling tot veel andere ziektes is PTSS/CPTSS vaak niet (direct) zichtbaar aan de buitenkant zoals bij bijvoorbeeld een gebroken arm of een open wond. Dat maakt het ook voor bijvoorbeeld de huisarts lastig om PTSS/CPTSS direct te vermoeden. De diagnose van PTSS is ook niet altijd gemakkelijk te stellen omdat niet alle klachten ontstaan en ook niet direct en/of tegelijkertijd. Daarnaast kunnen diverse klachten ook bij andere diagnoses horen zoals bij burn-out en depressie, en zijn daarom soms niet direct te herleiden naar het trauma. Soms lopen er meerdere trauma's door elkaar bijvoorbeeld vroegkinderlijk misbruik en het opgroeien met een narcistische ouder. In dat geval kunnen diverse symptomen horen bij CPTSS maar ook bij narcisme. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij de diagnostiek: de heftige overlevingsreacties van CPTSS (zoals diep wantrouwen, een sterke behoefte aan controle of emotionele muren) kunnen aan de buitenkant door een behandelaar soms ten onrechte verward worden met kenmerken van narcisme of een andere persoonlijkheidsstoornis. Een juiste diagnose is daarom essentieel om te zien dat dit gedrag voortkomt uit trauma en overleving, en niet uit een persoonlijkheidsstoornis.
Door deze onduidelijkheid wordt er vaak door de huisarts voor gekozen om eerst naar andere, vooral lichamelijke, oorzaken te zoeken. Die zijn vaak concreter en ook eenvoudiger te onderzoeken dus ook uit te sluiten. Pas wanneer deze onderzoeken niets opleveren wordt er gekeken naar mogelijke psychische oorzaken.
Bij veel slachtoffers komt de PTSS/CPTSS pas na maanden en zelfs tot vele jaren na de traumatische gebeurtenis(sen) volledig tot uiting. Omdat veel PTSS-klachten ook voorkomen bij bijvoorbeeld een "burn-out" kan dat leiden tot de onjuiste diagnose en wordt PTSS niet herkend. Door de misdiagnose kan het zijn dat iemand onnodig lang onbehandeld blijft voor PTSS/CPTSS. Daarmee verliest men soms jaren, kunnen de klachten chronisch worden, kan men arbeidsongeschikt raken en wordt de situatie groter en complexer.
Wie stelt de diagnose?
Voor het stellen van een officiële diagnose is het van groot belang dat er grondig wordt gekeken naar de voorgeschiedenis van de patiënt. Een 'gewone' basispsycholoog mag deze diagnose in Nederland niet zelfstandig vaststellen. Bij een vermoeden van PTSS of CPTSS wordt door middel van uitgebreide gesprekken en diagnostisch onderzoek bepaald of er sprake is van dit ziektebeeld. Dit mag uitsluitend worden gedaan door een officieel geregistreerde regiebehandelaar met een BIG-registratie, zoals een GZ-psycholoog, Klinisch Psycholoog of Psychiater.
Dit diagnostische traject valt voor een slachtoffer vaak niet mee. Praten over de traumatische gebeurtenis(sen) is vaak uiterst pijnlijk, en bovendien weet men zelf ook niet altijd welke klachten precies bij het ziektebeeld horen om dit goed aan te kunnen geven. Soms voelt een slachtoffer zich schuldig en/of schaamt zich diep, wat een normale maar pijnlijke drempel kan zijn om te praten. Dat is bijvoorbeeld vaak het geval bij misbruik en mishandeling, zeker als er familieleden bij betrokken zijn (zoals vader, moeder of broers/zussen). Soms zijn oudere trauma's zelfs zo diep weggestopt (verdrongen) dat ze pas vele jaren later weer als herinnering naar boven komen.
Hoe verloopt het onderzoek?
Op een systematische manier wordt met gevalideerde, wetenschappelijke interviews en vragenlijsten bepaald of de symptomen passen bij het ziektebeeld van PTSS of CPTSS. PTSS/CPTSS is niet vast te leggen met een hersenscan, maar neurologisch onderzoek heeft wel uitgewezen dat de mate van herstel kan worden voorspeld op basis van bepaalde hersenstructuren en hersenactiviteit.
Voor een slachtoffer is dit hele traject erg belastend. Dat komt enerzijds vanwege de intense aard van de klachten zelf, maar ook omdat de zoektocht naar de juiste gespecialiseerde behandeling en de juiste hulpverlener veel tijd kost en onzekerheid geeft. Daarnaast spelen de huidige wachtlijsten binnen de (trauma)zorg een grote rol; sommige slachtoffers moeten helaas ook na het krijgen van de officiële diagnose nog lang wachten voordat de daadwerkelijke behandeling kan starten.
Nadat de officiële diagnose is vastgesteld, stelt de regiebehandelaar in nauw overleg met het slachtoffer een persoonlijk behandelplan op. Voor de behandeling van PTSS en CPTSS bestaan er verschillende therapieën die door iedereen anders worden ervaren. Ieder mens is uniek en elk trauma is anders; een therapie die voor de één heel goed werkt, hoeft voor een ander niet de juiste oplossing te zijn. Het kan voor een slachtoffer dus een zoektocht zijn naar wat op dat moment het meest helpend is. Ook dat is, naast de wachttijden, erg belastend voor een slachtoffer.