Pagina 1 van 1

C-begrippen

Geplaatst: zo 02 augustus 2026 11:43:31
door PTSSAdmin
Op deze informatie kunt u hier niet reageren.

CGT

De afkorting van Cognitieve Gedragstherapie. Een behandelvorm die helpt om negatieve gedachten en gedragspatronen te herkennen en te veranderen. CGT wordt veel toegepast bij de behandeling van PTSS.

Chronisch trauma
Een trauma dat ontstaat door langdurige of herhaalde ingrijpende gebeurtenissen over een langere periode. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van mishandeling, misbruik, verwaarlozing of huiselijk geweld. Chronisch trauma kan leiden tot langdurige psychische en lichamelijke klachten en is een belangrijke risicofactor voor CPTSS.

Chronische stress
Langdurige stress waarbij het lichaam gedurende langere tijd in een verhoogde staat van paraatheid blijft. Dit kan een negatieve invloed hebben op zowel de lichamelijke als de psychische gezondheid en speelt vaak een rol bij PTSS en CPTSS.

Coercive Control
De Engelse term voor dwingende controle. Een patroon van psychologische, emotionele, sociale of financiële controle waarmee een partner of familielid geleidelijk de vrijheid en zelfstandigheid van een ander beperkt. Coercive Control is een belangrijk kenmerk van intieme terreur.

Cognitie
Het vermogen om informatie te verwerken, te onthouden, te begrijpen en beslissingen te nemen. PTSS en CPTSS kunnen invloed hebben op het denken, de concentratie en het geheugen.

Comorbiditeit
Het gelijktijdig voorkomen van twee of meer aandoeningen bij één persoon. Mensen met PTSS of CPTSS hebben bijvoorbeeld vaker ook last van een depressie, angststoornis, persoonlijkheidsstoornis of verslaving.

Complex trauma
Een vorm van trauma die ontstaat door langdurige, herhaalde of terugkerende traumatische ervaringen, vaak in een situatie waarin ontsnappen moeilijk of onmogelijk is. Complex trauma ontstaat meestal tijdens de jeugd of binnen een langdurige afhankelijkheidsrelatie en kan leiden tot CPTSS.

Concentratieproblemen
Moeite om de aandacht bij een taak, gesprek of activiteit te houden. Bij PTSS en CPTSS kunnen concentratieproblemen ontstaan door stress, overprikkeling, slaapproblemen of herbelevingen.

Confabuleren
Het onbewust aanvullen van hiaten in het geheugen met onjuiste informatie, zonder de bedoeling om anderen te misleiden. Dit komt vooral voor bij bepaalde neurologische aandoeningen en is geen kenmerk van PTSS of CPTSS.

Conflictescalatie
Een situatie waarin een conflict steeds verder oploopt doordat spanningen toenemen en partijen elkaar minder goed begrijpen. Bij trauma, intieme terreur of narcistisch misbruik kan een conflict sneller escaleren.

Co-ouderschap
Een vorm van ouderschap waarbij beide ouders na een scheiding verantwoordelijkheid blijven dragen voor de opvoeding van hun kinderen. Wanneer sprake is van narcisme, intieme terreur of huiselijk geweld kan co-ouderschap extra ingewikkeld zijn.

Coping
De manier waarop iemand omgaat met stress, emoties of moeilijke situaties. Sommige coping strategieën helpen bij het herstel, terwijl andere de klachten juist kunnen versterken.

Cortisol
Een stresshormoon dat vrijkomt als reactie op spanning of gevaar. Bij langdurige stress of trauma kan de aanmaak en werking van cortisol verstoord raken, wat invloed kan hebben op zowel lichaam als geest.

CPTSS
De afkorting van Complexe Posttraumatische Stressstoornis. Een aandoening die kan ontstaan na langdurige of herhaalde traumatische ervaringen, zoals mishandeling, misbruik of verwaarlozing. Naast de kenmerken van PTSS zijn er ook problemen met emotieregulatie, zelfbeeld en relaties.

Crisis
Een situatie waarin de psychische klachten zo ernstig zijn dat direct hulp nodig is. Bij een crisis is het belangrijk om contact op te nemen met de behandelaar, de huisartsenpost of – bij acuut gevaar – de hulpdiensten.