Veel mensen met PTSS of CPTSS merken dat zij anders zijn gaan denken, onthouden of zich concentreren dan vóór de traumatische gebeurtenis. Sommigen hebben moeite om zich te focussen, raken sneller afgeleid of vergeten afspraken. Anderen hebben het gevoel dat hun hoofd "vol" zit of dat zij minder helder kunnen nadenken. Deze problemen worden cognitieve klachten genoemd. Cognitieve klachten komen veel voor bij PTSS en CPTSS en kunnen een grote invloed hebben op werk, studie en het dagelijks leven.
Wat zijn cognitieve klachten?Goed om te weten
Cognitieve klachten betekenen meestal niet dat iemand minder intelligent is geworden of dementie ontwikkelt. Ze zijn vaak het gevolg van een langdurig overbelast stresssysteem.
Cognitieve functies zijn de mentale processen die we gebruiken om informatie te verwerken. Hieronder vallen onder andere:
- aandacht;
- concentratie;
- geheugen;
- plannen;
- organiseren;
- problemen oplossen;
- beslissingen nemen;
- taal en woordvinding.
Hoe herken je cognitieve klachten?
Niet iedereen ervaart dezelfde klachten. Veelvoorkomende voorbeelden zijn:
- moeite met concentreren;
- snel afgeleid zijn;
- dingen vergeten;
- afspraken missen;
- moeite hebben om een boek of artikel te lezen;
- woorden niet kunnen vinden;
- moeite hebben om gesprekken te volgen;
- problemen met plannen en organiseren;
- langzaam informatie verwerken;
- moeite hebben om keuzes te maken.
Waarom ontstaan cognitieve klachten?
Na een traumatische gebeurtenis blijft het brein vaak gericht op veiligheid. Het stresssysteem gebruikt veel energie om de omgeving voortdurend te controleren op mogelijk gevaar. Daardoor blijft minder mentale capaciteit over voor andere taken, zoals concentreren, onthouden en plannen. Daarnaast kunnen slaapproblemen, hyperalertheid en voortdurende spanning deze klachten verder versterken.
Welke invloed hebben cognitieve klachten op het dagelijks leven?
Cognitieve klachten kunnen grote gevolgen hebben. Voorbeelden zijn:
- een gesprek kwijtraken;
- vergeten waarom je ergens naartoe liep;
- moeite hebben om een e-mail te schrijven;
- steeds opnieuw dezelfde tekst moeten lezen;
- afspraken vergeten;
- fouten maken op het werk;
- moeite hebben met autorijden in druk verkeer;
- overweldigd raken door veel informatie tegelijk.
Hoe kan de omgeving dit ervaren?
Voor partners, familieleden of collega's zijn cognitieve klachten niet altijd zichtbaar. De omgeving kan denken dat iemand:
- niet goed luistert;
- ongeïnteresseerd is;
- slordig werkt;
- afspraken niet belangrijk vindt;
- langzaam reageert;
- snel afgeleid is.
Veelvoorkomende misverstanden
1. "Je let gewoon niet goed op."
Mensen met PTSS of CPTSS willen zich vaak juist graag concentreren, maar hun aandacht wordt voortdurend beïnvloed door spanning of hyperalertheid.
2."Je wordt vergeetachtig."
Geheugenproblemen bij PTSS hangen meestal samen met stress, overbelasting of concentratieproblemen en betekenen niet automatisch dat iemand een neurodegeneratieve aandoening heeft.
3. "Je bent gewoon chaotisch."
Plannen en organiseren kunnen moeilijker worden wanneer het brein voortdurend bezig is met overleven.
Kunnen cognitieve klachten verbeteren?
Ja. Bij veel mensen nemen cognitieve klachten af wanneer de traumaklachten verminderen. Goede behandeling, voldoende rust, een regelmatig slaapritme en het verminderen van chronische stress kunnen bijdragen aan herstel. Soms blijft een deel van de klachten langer bestaan. Ook dan kunnen praktische strategieën helpen om beter met deze beperkingen om te gaan.
Wanneer is het verstandig hulp te zoeken?
Wanneer concentratie- of geheugenproblemen langere tijd aanhouden en het dagelijks functioneren beïnvloeden, is het verstandig professionele hulp te zoeken. Een behandelaar kan onderzoeken waardoor de klachten ontstaan en welke ondersteuning of behandeling passend is. Het is ook belangrijk om andere mogelijke oorzaken van cognitieve klachten uit te sluiten, zoals bepaalde medicijnen, een slaapstoornis, een depressie of andere medische aandoeningen.
Samenvatting
Cognitieve klachten komen veel voor bij PTSS en CPTSS. Mensen kunnen moeite hebben met concentreren, onthouden, plannen, informatie verwerken en beslissingen nemen. Deze klachten zijn vaak het gevolg van een langdurig overbelast stresssysteem en betekenen meestal niet dat iemand minder intelligent is geworden. Met passende behandeling en ondersteuning ervaren veel mensen dat hun cognitieve functioneren geleidelijk weer verbetert.
Bronnen
Dit artikel is gebaseerd op:
- DSM-5-TR (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) – American Psychiatric Association (APA)
- ICD-11 (International Classification of Diseases) – Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)
- Nederlandse multidisciplinaire richtlijnen voor trauma- en stressorgerelateerde stoornissen
- Internationale wetenschappelijke literatuur over PTSS, CPTSS, neuropsychologie en cognitief functioneren