Inleiding
Veel mensen met PTSS of CPTSS vinden het moeilijk om hun grenzen te herkennen en aan te geven. Sommigen nemen te veel hooi op hun vork, terwijl anderen juist bijna alles vermijden. Beide reacties kunnen ervoor zorgen dat de spanning verder oploopt. Grenzen bewaken betekent niet dat je minder gaat doen, maar dat je leert luisteren naar de signalen van je lichaam en geest. Door op tijd rust te nemen en keuzes te maken die bij jouw belastbaarheid passen, kun je overbelasting helpen voorkomen.
Waarom zijn grenzen belangrijk?
Wanneer je voortdurend over je grenzen gaat, krijgt je lichaam onvoldoende tijd om te herstellen. Hierdoor kunnen klachten zoals vermoeidheid, stress en overprikkeling toenemen. Door je grenzen beter te bewaken, ontstaat vaak meer rust en houd je meer energie over voor de dingen die belangrijk voor je zijn.
Hoe herken je dat je over je grens gaat?
Veel voorkomende signalen zijn:
- toenemende vermoeidheid;
- meer spanning of onrust;
- sneller geïrriteerd raken;
- moeite met concentreren;
- slechter slapen;
- meer lichamelijke klachten;
- sneller geëmotioneerd zijn;
- meer behoefte om situaties te vermijden.
Hoe kun je je grenzen beter bewaken?
Wat kan helpen:
- luister naar de signalen van je lichaam;
- plan voldoende rustmomenten;
- verdeel activiteiten over de dag;
- leer vaker "nee" te zeggen;
- vraag hulp wanneer dat nodig is;
- bespreek je grenzen met mensen in je omgeving;
- accepteer dat je niet alles tegelijk hoeft te doen.
Wanneer is extra hulp nodig?
Wanneer je merkt dat je steeds opnieuw over je grenzen gaat of moeite hebt om deze aan te geven, bespreek dit dan met je behandelaar. Samen kun je onderzoeken welke strategieën het beste bij jou passen.
Samenvatting
Grenzen bewaken helpt om overbelasting te voorkomen en meer balans te vinden in het dagelijks leven. Door signalen van spanning en vermoeidheid op tijd te herkennen en hiernaar te handelen, kun je beter omgaan met de gevolgen van PTSS en CPTSS.
Bronnen