Een juiste diagnose is belangrijk om een behandeling te kiezen die aansluit bij jouw klachten. Toch is het stellen van een diagnose bij PTSS en vooral CPTSS niet altijd eenvoudig. Klachten kunnen lijken op die van andere psychische aandoeningen, meerdere aandoeningen kunnen tegelijkertijd voorkomen en traumatische ervaringen worden niet altijd direct besproken. Daardoor kan het langer duren voordat duidelijk is wat er precies aan de hand is. Een zorgvuldig diagnostisch onderzoek helpt om een zo volledig mogelijk beeld van jouw situatie te krijgen.
Waarom is diagnostiek soms ingewikkeld?
PTSS en CPTSS kunnen zich bij iedereen anders uiten. Sommige mensen hebben vooral last van herbelevingen en vermijding, terwijl anderen zich juist melden met klachten zoals:
- somberheid;
- angst;
- slaapproblemen;
- concentratieproblemen;
- geheugenproblemen;
- lichamelijke klachten;
- emotionele ontregeling.
Onderdiagnostiek
Onderdiagnostiek betekent dat PTSS of CPTSS niet of pas laat wordt herkend. Dit kan verschillende oorzaken hebben:
- traumatische ervaringen worden niet spontaan verteld;
- mensen schamen zich of voelen zich schuldig;
- de aandacht gaat vooral uit naar andere klachten;
- de relatie tussen het trauma en de huidige klachten is niet direct zichtbaar.
Misdiagnoses
Soms worden traumaklachten in eerste instantie toegeschreven aan een andere psychische aandoening. Dat betekent niet automatisch dat de eerdere diagnose onjuist was. Sommige klachten overlappen met andere aandoeningen of meerdere aandoeningen kunnen tegelijkertijd aanwezig zijn. Een zorgvuldige diagnostiek helpt om onderscheid te maken tussen verschillende aandoeningen en om het totaalbeeld goed in kaart te brengen.
Differentiaaldiagnostiek
Differentiaaldiagnostiek betekent dat een behandelaar onderzoekt welke aandoening het beste past bij de klachten. Daarbij wordt gekeken naar overeenkomsten én verschillen tussen verschillende aandoeningen. Klachten van PTSS of CPTSS kunnen bijvoorbeeld overeenkomen met klachten die voorkomen bij:
- depressieve stoornissen;
- angststoornissen;
- burn-out;
- ADHD;
- autismespectrumstoornis (ASS);
- persoonlijkheidsproblematiek.
Comorbiditeit
Het is mogelijk dat iemand naast PTSS of CPTSS nog één of meer andere psychische aandoeningen heeft. Dit wordt comorbiditeit genoemd. Voorbeelden zijn:
- een depressieve stoornis;
- een angststoornis;
- een slaapstoornis;
- een middelenstoornis.
CPTSS en de diagnostiek
De diagnostiek van CPTSS kan extra aandacht vragen. CPTSS is als afzonderlijke diagnose opgenomen in de ICD-11, maar niet in de DSM-5-TR. Hierdoor kunnen zorgverleners verschillende termen of classificaties gebruiken, afhankelijk van de richtlijnen waarmee zij werken. Dat betekent niet dat de klachten minder serieus worden genomen. De behandeling wordt afgestemd op jouw klachten en persoonlijke situatie, ongeacht de gebruikte classificatie.
Wanneer is een second opinion zinvol?
Twijfel je aan de gestelde diagnose of heb je het gevoel dat de behandeling onvoldoende aansluit bij jouw klachten, bespreek dit dan eerst met je behandelaar. Soms kan een second opinion zinvol zijn omdat die andere of meer dingen ziet. Hierbij beoordeelt een andere, onafhankelijke deskundige jouw situatie opnieuw. Een second opinion is bedoeld om meer duidelijkheid te krijgen en samen te onderzoeken welke diagnose en behandeling het beste passen.
Wat kun je zelf doen?
Je kunt bijdragen aan een zorgvuldig diagnostisch proces door:
- zo open mogelijk over je klachten te vertellen;
- traumatische ervaringen te bespreken wanneer je daaraan toe bent;
- ook lichamelijke en psychische klachten te benoemen;
- eerdere behandelingen en het effect daarvan te bespreken;
- vragen te stellen wanneer iets niet duidelijk is.
- schrijf alles op en houd de ontwikkelingen bij. Als je iets vergeten bent kan je het aanvullen waardoor voor een behandelaar een totaal beeld ontstaan en er sneller en een meer juiste diagnose ontstaat.
Praktische tips
- Wees open over je klachten én je voorgeschiedenis.
- Vertel ook welke behandelingen eerder wel of niet hebben geholpen.
- Vraag uitleg als je de diagnose niet begrijpt.
- Bespreek twijfels altijd eerst met je behandelaar.
- Overweeg een second opinion als daar een goede aanleiding voor is.
- Zet alles op papier en houd de ontwikkelingen bij. Dan heb je een goed en volledig overzicht.
Het herkennen van PTSS en CPTSS is soms complex. Onderdiagnostiek, overlappende klachten en het gelijktijdig voorkomen van meerdere aandoeningen kunnen het diagnostisch proces bemoeilijken. Een zorgvuldig onderzoek door een deskundige behandelaar, gecombineerd met open communicatie, helpt om tot een passende diagnose en behandeling te komen.
Bronnen
Dit artikel is gebaseerd op:
- DSM-5-TR (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) – American Psychiatric Association (APA).
- ICD-11 (International Classification of Diseases) – Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
- Nederlandse multidisciplinaire richtlijn Psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornissen.
- GGZ-zorgstandaarden voor psychotrauma en stressorgerelateerde stoornissen.